Een "kleintje" gezelschapsaquarium
door Henk Koolwaaij
Door de duizenden leden van de NBAT worden een veelheid van planten en/of dieren verzorgd in een groot aantal vivaria. Vivaria, die zich grofweg laten verdelen over de categorieën zoetwateraquaria (gezelschapsaquaria en speciaalaquaria), zeewateraquaria, terraria en tuinvijvers (overigens worden ook de laatstgenoemde typen onderverdeeld in "gezelschaps-" en "speciaal-"). Ik krijg op basis van de indrukken die ik in den lande opdoe het idee dat zoetwaterspeciaalaquaria en de wat meer natuurlijke gezelschapsaquaria terrein aan het winnen zijn. De enorme populariteit van tuinvijvers is alom bekend. Voeg hierbij de ervaring die in ons land opgebouwd is met het inmiddels befaamde architectonische gezelschapsaquarium en de stijgende lijn die toch wel te zien is onder zeewateraquaria en terraria dan is daarmee ons beeld compleet. In ons land is veel mogelijk en veel te kiezen op het gebied van onze vivariumhobby. In dit artikel wil ik toch met u terug naar de "roots" van de vivariumhobby, het gezelschapsaquarium. Voor de meesten onder ons het begin van een mooie hobby, voor anderen nog dagelijkse kost. Aan de hand van wat algemene vragen wil ik u beknopt wat informatie en tips geven m.b.t. het inrichten en houden van een gezelschapsaquarium.
Wat is een gezelschapsaquarium?
Met de term gezelschapsaquarium wordt doorgaans gedoeld op een tropisch zoetwateraquarium, waarin planten én dieren van verschillende biotopen en continenten samen worden gehouden. Voorwaarde hierbij is wel dat de planten én de dieren onder dezelfde omstandigheden kunnen worden gehouden. Hierbij wordt gedoeld op zaken als watersamenstelling, schuilplaatsen, open zwemruimte, veel of weinig licht ed.
Zijn er dan ook andere aquaria?
Jazeker, die zijn er, Grof gezegd zijn er ook nog (zoetwater) speciaalaquaria en zeewateraquaria. Speciaalaquaria kunnen studieaquaria, streekaquaria en biotoopaquaria zijn. Bekende speciaalaquaria zijn maanvissen-aquaria, discus-aquaria, Malawi-aquaria, Tanganjika-aquaria, Zuid-Amerika-aquaria en dwergchicliden-aquaria. Maar er zijn ook veel andere vormen van speciaalaquaria te bedenken.
Hoe kan ik starten?
Eerst denken, dan doen! Lezen, luisteren, praten, kijken en... pas daarna kopen! Lidmaatschap van een aquariumvereniging kan bij de start veel teleursgtellingen en onnodige onkosten voorkomen. Probeer eerst eens samen met huisgenoten een antwoord te vinden op de volgende vragen: welke dieren willen we houden, hoeveel ruimte, tijd en geld is er beschikbaar en hoe mag het aquarium eruit zien? Belangrijk is het om de grote van het aquarium af te stemmen op de ruimte waar het geplaatst wordt. Probeer de afwerking van het aquarium te laten passen bij het interieur.
Hoe ziet de bodem eruit?
Om een luchtige korrelstructuur te bereiken is het slim om fijn grind toe te passen met een korreldiameter van 2 -4 mm. Door de poreuze structuur kan het aquariumwater de wortels van de planten goed bereiken. Omdat veel planten voedingsstoffen uit de bodem willen opnemen is het goed om door het fijne grind turfpluis en leem te mengen. Zo stellen we de onderte bodemlaag samen, de afdeklaag mag fijn grind van voornoemde korrelafmetingen zijn, dat goed gewassen wordt. De bodemdikte laten we van voren naar achteren oplopen, Dit doen we om wat meer diepte-effect te bereiken. Als we voorin de bak een laagdikte van ca 5 cm kiezen, dan mag de bodem oplopen tot 10 a 20 cm tegen de achterwand. Deze laatste diktemaat is dan weer afhankelijk van de diepte/breedte van de bak. Nu lopen we met een oplopende bodem het risico van nivelleren, Hiermee bedoel ik dat in de tijd, door toedoen van bodemslakken en door onderhoud aan de planten, de bodem weer langzaam horizontaal kan komen te liggen. Om dit te voorkomen kunnen we borders maken met kienhout of stenen. Kieren waar zand tussendoor kan lopen kunnen we dichten met bijvoorbeeld kleine stukjes vuilniszak. Let bij het werken met borders op vormen, waak voor symmetrie en probeer vast vooruit te werken naar toekoimstige doorkijkjes.
Welke planten waar?
Je hoeft nog maar een paar goed ingerichte gezelschapsaquaria gezien te hebben om te weten dat er een gevarieerd aanbod aan aquariumplanten bestaat. Er zijn wortelende rozetplantjes en plantjes met een bladstengel. Er zijn planten met lichtgroene, donkergroene, rode en bruine bladeren en vele schakeringen als overgang hiertussen. Planten met ronde bladeren, met puntige bladeren, getande en fijnslibbige bladeren. Plante die je in een groep moet gebruiken en grotere planten die beter uitkomen als solitair. Hoe kunnen we uit deze wirwar iets moois bakken? Ga niet beginnen met van alles te kopen en lukraak in de bak te poten. Ga eerst eens nadenken en maak een plan, een ontwerp op papier. Begin met een sterke plaats te zoeken voor de solitairplant(en) en de contrastgroepen. Sterke plaatsen voor deze blikvangers vinden we op 1/3 en 2/3 van de aquariumdiepte en lengte. Probeer niet te veel te strooien met blikvangers, 1 contrastgroep of solitair per 0,5 mtr voorruitlengte is een redelijke vuistregel. Voor de overige planten geldt dat we ze zo planten dat op de voorgrond voornamelijk laagblijvende soorten worden geplaatst. Naar achteren toe werken we met steeds hoger groeiende planten. Probeer niet te veel plantensoorten te gebruiken. Maximaal 1 soort per dm voorrruitlengte. Let er op om zoveel mogelijk alleen planten naast elkaar te groeperen, welke verschillen in bladkleur en bladvorm. Maak de groepen niet te klein en probeer verschil in grootte en vorm van de groepen na te streven. Contrasten scoren visueel goed, denk hierbij ook aan verschil in hoogte van de groepen naast elkaar (reliëf).
Is CO2 bemesting nodig?
Hier is geen allesdekkend antwoord op te geven. Ieder aquarium is anders. Van belang hierbij is o.a. de hoeveelheid planten, de hoeveelheid licht, de hoeveelheid dieren, de hoeveelheid water en de hoeveelheid voedingsstoffen. Duidelijk moet zijn dat we alleen stoffen toevoegen die én nodig zijn én waaraan een tekort is. Het gehalte koolzuurgas CO2 in een gezelschapsaquarium moeten we proberen te houden tussen 10 en 25 mg/l water. Te weinig wreekt zich in een slechte plantengroei, te veel leidt tot benauwdheid onder de vissen. Het gehalte aan CO2 kunnen we meten met testsetjes. Er zijn speciale setjes voor het kooldioxyde-gehalte, maar we kunnen na het meten van KH en pH ook een tabel gebruiken. Met een pH zo rond de 7 en een KH van 6 a 8 zit u goed wat het koolzuurgasgehalte betreft.
Welke vissen houden we bij elkaar?
In een gezelschapsaquarium houden we vissen bij elkaar, die afkomstig mogen zijn van verschillende werelddelen. Voorwaarde is wel, dat de vissen zich prettig voelen onder dezelfde aquariumomstandigheden (watersamenstelling), qua grootte bij elkaar passen en elkaar onderling kunnen verdragen. Verder is het mooier en rustiger om alle waterlagen te bevolken. Kies dus behalve bewoners van de middenzone, ook voor oppervlaktezwemmers en bodembewoners. Een goed begin is om eerst te kiezen voor een groep "blikvangers'. Neem daar om heen vervolgens vissoorten die verschillen in vorm en kleur. Let er op niet te veel vissoorten bij elkaar te houden, dit oogt nogal snel onrustig, en houdt scholenvissen in royale scholen. Voor de meeste scholenvissen is een goed minimum aantal 12 stuks, hoewel scholen van 25 stuks en meer zeer fraai kunnen ogen.
Wat voeren we onze vissen?
Vooral afwisselend voeren is mijn advies. We kennen in de aquaristiek droogvoer, diepvriesvoer en levend voer. Er is tegenwoordig prima droogvoer, dat we gerust een paar keer in de week kunnen gebruiken. Probeer echter wel meerdere malen in de week te voeren met levend voer, zoals watervlooien, cyclops, muggenlarven, mysis, fruitvliegjes e.d. Er is levend voer dat we zelf kunnen vangen of kweken en diverse soorten worden geregeld in de winkel aangeboden. Denk bij het voer vangen niet alleen aan slootvoer. Ook de achtertuinheeft wel wat te bieden, denk aan mieren, miere-eieren, -larven, -poppen, bladluizen, pissebedden en regenwormen. In de periode dat levend voer schaars is kunnen we profijt hebben van diepvriesvoer, probeer dit altijd in het vriesvak te hebben.
Hoe verlichten we onze bak?
Er is een tijd geweest dat aquaria (als het meezat) werden verlicht door zonlicht, met voor de avond hooguit een paar gloeilampen. Daarna kwamen de luminiscentielampen (TL's) op en was er jaren discussie over het wel of niet groeien van planten bij verschillende TL-kleuren. Inmiddels is duidelijk dat de "echte aquariumlamp" niet bestaat. We weten nu dat aquariumplanten groeien onder alle kleuren TL-lampen. Verschil is wel dat de planten onder de ene lamp beter groeien dan onder de andere. Lampen hebben een verscillende hoeveelheid "groeirendement". De hoeveelheid "groeilicht" die we moeten toedienen wordt bepaald door de plantensoorten die we willen houden. Een groep Cryptocorine heeft bijvoorbeeld weinig licht nodig, een Lotus weer veel. Andere eigenschappen van TL's (behalve het genoemde groeirendement) zijn o.a. de kleurweergave en de kleurtemperatuur. "Warme" lampen zijn bijvoorbeeld de Philips TL-D's in de kleuren 82, 83, 92 en 93, een goede kleurweergave hebben de kleuren 92, 93, 94 en 95. Als we dan ook nog weten dat de lampen uit de 90-serie (tegenwoordig 900-serie) een hoog groeirendement hebben, dan mogen we concluderendat deze serie goede aquariumverlichting betreft. Bakken met een hoogte tot 50 cm kunnen ook prima worden verlicht met lampen uit de 80-serie (800-serie). Een vuistregel voor het aantal lampen in een lichtkap is ongeveer 1 TL-lamp per dm kapbreedte. Bedenk wel dat een extra lamp over beter is dan een lamp tekort!
Wat doen we met verwarming en filtratie?
De temperatuur van het aquarium stemmen we af op de vissorrten die we willen houden. In de meeste gezelschapsaquaria zal de temperatuur zo tussen de 240 en 260 C zweven. Als we weten dat de omgevingstemperatuur meestal wat lager is, moeten we dus verwarmen. Hiervoor zijn in de handel verwarmingselementen, thermostaten en combi-elementen te verkrijgen, terwijl er ook potfilters zijn met ingebouwde verwarming. Het is fraaier om technische zaken niet te zien in het aquarium. Wegwerken van een verwarmingselement in een filterkamer is een goede mogelijkheid. Om energiekosten te sparen is het slim om een aquarium thermisch te isoleren. Dat klinkt nogal, maar veel aquarianen bereiken dit door het aquarium te plaatsen op een plaat polystyreen en achter- en zijwanden te gebruiken uit kurk, pur of polystyreen. Alleen de voorruit vormt dan nog een "koude-brug". Dubbelglas lijkt dan een oplossing, maar heeft visueel nadelen. Voor de filtratie van gezelschapsaquaria zijn o.a. binnenfilters, potfilters en biologische filters te gebruiken. Binnenfilters vragen om kostbare ruimte en hebben vaak een bescheiden capaciteit. Potfilters zijn erg populair als mechanisch filter, ze zijn mits geregeld schoongemaakt, uitstekend geschikt om zweefvuil weg te nemen. Biologische filters worden ook wel gebruikt bij gezelschapsaquaria. Via de stofwisseling van aerobe bacteriën worden ammoniak en nitriet afgebroken tot minder schadelijke stoffen. In een bak met goed florerende planten is een dergelijk filter niet perse nodig. Sommige van deze systemen verdrijven veel koolzuurgas, dat we voor een goede plantengroei juist hard nodig hebben.
Tot slot...
Het is binnen het raam van een kort artikel ondoenlijk om op de meeste details rond het gezelschapsaquarium in te gaan. Ik heb geprobeerd een paas hoofdzaken te noemen. Heeft u vragen m.b.t. aquaria, praat er dan eens met rvaren clubleden over. In veel gevallen weten zij u verder te helpen. En u bent toch niet voor niets lid geworden van een NBAT-vereniging! De meeste clubs hebben ook een bibliotheek, waarmee u uw voordeel kunt doen. En goede tips kunt u krijgen als u meedoet aan de huiskeuring binnen uw club. Ik kan het u aanraden.
Ik wens u allemaal veel plezier toe met uw mooie hobby!
Introductie